Ik heb een nieuwe achterbuurvrouw. Of eigenlijk achterbuurmeisje, want ze is denk ik eerstejaarsstudent. Ze heeft gisteren haar halve kamer volgezet met IKEA en vandaag komen papa en mama voor het eerst op bezoek. Terwijl haar moeder zich enthousiast in de rondte draait, kijkt vader het van een afstandje aan. Voorzichtig trekt hij een deur open, misschien is er nog een tweede kamer.
Tegenover mij woont een kat. Ik betwijfel of het echt zijn huis is, maar hij ligt in ieder geval vaak voor het raam. Net als ik. Samen discussièˆren we over wat er allemaal beneden op straat gebeurt. We grinniken naar die kleine grijze man met een te grote gele muts. Tenminste, ik grinnik, hij miauwt. Totdat de man opkijkt, dan is hij plots onvindbaar.